Nederland en België hebben woensdagavond in Antwerpen afgesproken te onderzoeken of er een directe trein tussen Eindhoven en Brussel kan komen. De landen willen nagaan of dat via nieuw spoor of via een nieuwe treindienst op bestaande lijnen mogelijk is. De verklaring werd ondertekend door demissionair staatssecretaris Aartsen van Openbaar Vervoer en de Belgische minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke. Beide regeringen willen hun samenwerking op het spoor versterken.
Eerste stap
Aartsen noemde de ondertekening een belangrijke eerste stap. Volgens hem past het initiatief bij de inzet van het komende kabinet om de internationale bereikbaarheid te verbeteren. In de zomer moeten de eerste concrete afspraken op tafel liggen. Ook provincies en spoorbeheerders denken mee over de plannen. Voor de aanleg of dienst is nog geen geld gereserveerd.
Trage verbinding
De verbinding tussen Eindhoven en Brussel is volgens reizigers omslachtig. Wie nu met de trein reist, doet er ongeveer tweeënhalf uur over en moet overstappen in Breda. Aartsen wees er onlangs in de Tweede Kamer op dat de route te lang en onhandig is, zeker gezien de economische banden tussen Brabant en de Belgische hoofdstad.
Kosten en twijfel
Hoogleraar Transportbeleid aan de TU Delft Bert van Wee vraagt zich af of een rechtstreekse lijn de hoge investering waard is. Hij schat dat nieuwe spoorinfrastructuur mogelijk acht miljard euro kost. Politieke veranderingen aan beide zijden van de grens kunnen bovendien invloed hebben op de voortgang. Mocht het plan doorgaan, dan kan het nog tien tot twintig jaar duren voordat reizigers daadwerkelijk in de trein stappen.
Breder overleg
Nederland en België willen vaker samenkomen over grote spoorprojecten. In de verklaring is ook aandacht voor de goederenspoorlijn tussen Gent en Terneuzen en voor een mogelijke heropening van de historische IJzeren Rijn door Limburg. De landen spraken af minstens eenmaal per jaar overleg te voeren over deze gezamenlijke spoordossiers.

